Voor artsen en therapeuten: de woonomgeving als variabele
Voor huisartsen, bedrijfsartsen en natuurgeneeskundigen die patienten zien met klachten zonder duidelijke oorzaak. Deze pagina biedt geen producten aan, maar literatuur, de grenzen van de blootstellingsnormen en een klinisch bruikbare invalshoek.
Waarom deze pagina
In vrijwel elke praktijk zit een kleine groep patiënten met een hardnekkig, weinig specifiek klachtenpatroon: slecht slapen, vermoeidheid die niet overgaat na rust, hoofdpijn, concentratieverlies. Het laboratoriumonderzoek is in orde, de anamnese levert niets op, en het gesprek komt uit bij burn-out, stress of leefstijl.
Deze pagina gaat over één factor die daarbij zelden aan bod komt — niet omdat hij is afgewogen en verworpen, maar omdat hij buiten het curriculum valt: de elektromagnetische belasting van de woning, en vooral van de slaapkamer. Neem eens een kijkje op deze pagina en leer welke klachten er een relatie hebben met straling.
Dit is een vakgebied waar in de opleiding nauwelijks tot geen aandacht aan besteed wordt. Waarschijnlijk is er ooit een keer De Gezondheidsraad geraadpleegd, of bij het RIVM of Het Antennebureau geïnformeerd.
Snel wordt er gewezen op de richtlijnen van het ICNIRP en dat alles daar ruimschoots aan voldoet.
Waar de blootstellingsnormen over gaan
Dit onderwerp wordt vaak polemisch gebracht. Dat is niet nodig: de ICNIRP-richtlijnen zijn er zelf helder over.
De limieten, die in Nederland worden gehanteerd, zijn afgeleid van effecten waarvoor naar het oordeel van deze commissie voldoende bewijs bestaat: opwarming van weefsel, en bij lage frequenties stimulatie van zenuw- en spierweefsel.
Wat de richtlijnen niet doen, is uitspraken vastleggen over langdurige blootstelling aan lage intensiteiten zonder meetbare temperatuurstijging.
ICNIRP motiveert dat: het bewijs werd onvoldoende consistent geacht om er limieten op te baseren.
Toch is het discutabel, bekijk hiervoor de pagina die wetenschappers aan het woord laat die anders constateren. Veel voorkomende gevolgen die voorkomen in andere onderzoeken zijn:
- Oxidatieve stress
- Vorming van ROS-moleculen
- Neurologische disorders
- Cognitieve welzijnseffecten
- Verstoring werking calciumkanalen i.v.m. verhoging celspanning
Het gevolg is dat twee uitspraken die vaak door elkaar lopen niet hetzelfde betekenen. "De woning voldoet ruim aan de norm" gaat over opwarming; "deze patiënt wordt hier niet door belast" is een open vraag.
Woonbiologen werken daarom met de richtwaarden uit de bouwbiologische meettechniek. Die hebben geen wettelijke status, maar zijn gebaseerd op metastudies als het Bioinitiative Report ; het zijn voorzorgsrichtwaarden voor slaapplaatsen, vaak vele malen lager dan de richtlijnen aangeven. Ze maken metingen vergelijkbaar.
De bibliografieën van Moskowitz
Dr. Joel Moskowitz (School of Public Health, University of California, Berkeley) houdt bibliografieën bij van peer-reviewed publicaties over biologische effecten van elektromagnetische velden: abstracts met bronvermelding, geordend per periode. Drie daarvan:
Lees ze als overzicht, niet als standpunt. De uitkomsten lopen uiteen: er staan studies in die effecten rapporteren bij veldsterktes ver onder de geldende limieten, en studies die geen effect vinden. Een deel is methodologisch zwak, een deel niet. Replicatie is hier een bekend probleem, in beide richtingen.
Wij trekken de conclusie niet voor je. Wat wij wel opmerken: het is een omvangrijker en minder eenduidig bestand dan de samenvatting "hier is niets van aangetoond" doet vermoeden.
Opvallend is dat o.a. de Oostenrijkse Artsen Vereniging hier wél aandacht aan heeft besteed door een anamnese formulier op te stellen.
Latent EHS als werkhypothese
In schattingen geldt ongeveer vijf procent van de bevolking als (zelf)erkend elektrogevoelig. Die groep legt het verband zelf en zit al met die vraag bij je.
Onze werkhypothese gaat over de groep daarbuiten: mensen die wel belast worden maar geen sensatie ervaren die zij aan een bron kunnen koppelen. Zij melden zich niet met "ik reageer op straling" maar met slapeloosheid of moeheid; er is geen provocatie en geen herkenbare trigger, dus geen aanleiding het verband te leggen — voor hen niet en voor jou evenmin. Wij noemen dat latent EHS: een werkhypothese, geen erkende entiteit en geen diagnose. Het nut is praktisch — het verplaatst de woonomgeving van iets wat de patiënt zou moeten aanvoelen naar iets wat je kunt meten.
Wil je dit spoor aftasten zonder consulttijd te verliezen, dan leveren deze vragen het meeste op:
- Slaapt de patiënt beter elders — op vakantie, bij familie, in een ander huis? En knapt hij dan op binnen dagen, of langer?
- Staat er een router, een DECT-basisstation of een babyfoon in of tegen de slaapkamer? Wat staat er achter de muur bij het hoofdeinde? Is er een (sterke) zendmast in zicht van de slaapkamer?
- Sinds wanneer bestaan de klachten, en viel dat samen met een verhuizing, een verbouwing, nieuwe apparatuur of zonnepanelen met een omvormer?
- Is het patroon in het weekend of tijdens vakanties anders?
Het zijn geen diagnostische maar omgevingsvragen.
Het dubbelblinde onderzoek bij Stieglbrauerei
Naast celbiologisch onderzoek is er één studie bij mensen die u wellicht interesseert, al was het maar vanwege de uitkomstmaat. Bij de Salzburgse Stieglbrauerei mat de Sigmund Freud Privatuniversität Wenen bij vijftig medewerkers in twee rondes over vier weken de hartslagvariabiliteit. Eén bedrijfsonderdeel kreeg werkende apparatuur, het andere identieke dummy's — zowel op het werk als thuis, om de thuissituatie als confounder uit te sluiten. De onderzoekers waren geblindeerd voor de groepsindeling en zelfs voor het werkingsprincipe.
Gerapporteerd resultaat: in de dummygroep bleven de HRV-waarden gelijk of verslechterden ze; in de interventiegroep bewogen zij richting normaalwaarden, in beide richtingen — hoge waarden omlaag, lage omhoog.
De kanttekeningen zult u zelf al zien. N=50. De opdrachtgever is de fabrikant, en de wetenschappelijk projectleider is aan hem verbonden. Een bidirectionele uitkomstmaat is lastig falsifieerbaar en regressie naar het gemiddelde ligt op de loer — al is dat precies waarvoor de controlegroep dient, en die liet het patroon niet zien. Wij zagen geen publicatie in een peer-reviewed tijdschrift. Wij sturen u het volledige verslag op verzoek toe en trekken de conclusie niet voor u.
Los daarvan mat Grimm Aerosol Technik in hetzelfde project de luchtkwaliteit: circa 27 tot 30 procent meer luchtionen en 35 tot bijna 80 procent minder fijnstof. Dat is een fysische meting door een onafhankelijke instrumentfabrikant, en van luchtionisatie die aerosolen laat agglomereren en neerslaan is het mechanisme bekend.
Wat een woonbioloog doet, en wanneer doorverwijzen zinvol is
Een woonbioloog meet de woonomgeving en rapporteert getallen: hoogfrequente velden per ruimte, laagfrequente elektrische en magnetische wisselvelden bij het bed en op de werkplek, en de aardingssituatie. Het resultaat is een rapport met meetwaarden, afgezet tegen de bouwbiologische richtwaarden, plus maatregelen op volgorde van eenvoud.
Doorverwijzen is zinvol bij aanhoudende slaapklachten zonder duidelijke oorzaak, bij klachten die elders verdwijnen en thuis terugkeren, bij klachten die begonnen na een verandering in of om het huis, en bij de patiënt die zelf een verband vermoedt. Een meting geeft dan een feitelijk antwoord: er is weinig, of er is meer dan verwacht. Beide brengen het gesprek verder — de eerste vaak het meest, omdat zij een spoor afsluit.
Wat ik niet doe
- Ik stel geen diagnoses en spreken ons niet uit over de oorzaak van iemands klachten.
- Nooit zal ik adviseren over medicatie en ontraden nooit een behandeling; wie ons daarnaar vraagt verwijzen wij terug naar zijn arts.
- Ik presenteer geen enkel product als behandeling slechts als bescherming.
Ik ben EMFspecialist, geen arts. Zelf ging ik twintig jaar lang door een lang en complex traject met ernstige diagnoses en misdiagnoses, en hield daar één houding aan over: niemand hoort zijn oordeel uit handen te geven — patiënt noch behandelaar.
Kosteloos overleg of een lezing
Overleg over een casus. Telefonisch, ongeveer twintig minuten, geanonimiseerd. Je legt de situatie voor en wij zeggen of een meting hier iets kan opleveren — ook wanneer wij denken van niet.
Een lezing voor je praktijk of vakgroep. Tijdsduur in overleg: de literatuur en haar beperkingen, wat er in woningen gemeten wordt, en een demonstratie met meetapparatuur in de ruimte zelf. Dat laatste is doorgaans het meest verhelderend, in beide richtingen. Geen productpresentatie.
Beide zijn kosteloos en zonder verplichting. Op deze pagina staat bewust geen bestelknop.