Voor artsen en therapeuten: de woonomgeving als variabele
Voor huisartsen, bedrijfsartsen en natuurgeneeskundigen die patiënten zien met klachten zonder duidelijke oorzaak: SOLK, tegenwoordig ALK genoemd. Deze pagina biedt geen producten aan, maar literatuur, de grenzen van de blootstellingsnormen en een klinisch bruikbare invalshoek.
Zo is deze pagina opgebouwd
Deze pagina is geschreven voor artsen en therapeuten voor wie straling en gezondheid nieuw terrein is. U leest hem het best van boven naar beneden: eerst waar de normen over gaan, dan wat er uit onderzoek blijkt, en daarna hoe u het in de spreekkamer meeneemt.
Bent u al bekend met de materie? Ga dan direct naar:
- SOLK en ALK: de instandhoudende factor die op geen lijstje staat
- Wat blijkt uit onderzoek: de vijf lijnen, met bronnen
- De bibliografieën van Moskowitz (pdf)
- Latent EHS en de anamnesevragen
- Wanneer doorverwijzen zinvol is
Werkt u vanuit een complementaire visie? Dan is er een pagina die bij uw vakgebied aansluit:
- Homeopathie en straling
- Bioresonantie en straling
- Orthomoleculaire therapie en straling
- Kinesiologie, NEI en straling
- Acupunctuur en straling
Alle vakgebieden op een rij staan onderaan, bij per vakgebied.
Waarom deze pagina
In vrijwel elke praktijk zit een kleine groep patiënten met een hardnekkig, weinig specifiek klachtenpatroon: slecht slapen, vermoeidheid die niet overgaat na rust, hoofdpijn, concentratieverlies. Het laboratoriumonderzoek is in orde, de anamnese levert niets op, en het gesprek komt uit bij burn-out, stress of leefstijl.
Deze pagina gaat over één factor die daarbij zelden aan bod komt — niet omdat hij is afgewogen en verworpen, maar omdat hij buiten het curriculum valt: de elektromagnetische belasting van de woning, en vooral van de slaapkamer. Neem eens een kijkje op deze pagina en lees welke klachten een relatie hebben met straling.
Dit is een vakgebied waar in de opleiding nauwelijks tot geen aandacht aan besteed wordt. Waarschijnlijk is er ooit een keer De Gezondheidsraad geraadpleegd, of bij het RIVM of Het Antennebureau geïnformeerd. Snel wordt er gewezen op de richtlijnen van het ICNIRP en dat alles daar ruimschoots aan voldoet.
SOLK en ALK: de instandhoudende factor die op geen lijstje staat
Iedere huisarts kent ze: somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten, kortweg SOLK. Volgens de Zorgstandaard SOLK gaat tot 40 procent van de consulten in de huisartsenpraktijk over lichamelijke klachten zonder of met onvoldoende somatische verklaring. Bij ongeveer 2,5 procent van de patiënten zijn de klachten langdurig en ernstig. Een peiling onder huisartsen schat het aantal patiënten met hardnekkige klachten in Nederland op ruim 120.000 (Rutten e.a., 2024).
Huisartsen vinden de behandeling en begeleiding van deze patiënten vaak ingewikkeld, schreven Olde Hartman en collega's al in Huisarts & Wetenschap (2012). Wie de voorlichtingspagina's van praktijken en ziekenhuizen leest, ziet dat beeld terug. De patiënt gaat van specialist naar specialist, het onderzoek blijft schoon, en het gesprek eindigt bij geruststellen en leren omgaan met de klachten. Voor de patiënt voelt dat als "het zit tussen je oren". Voor de arts is het een groep waar hij weinig grip op krijgt.
Sinds 2021 spreekt de vakliteratuur van ALK, aanhoudende lichamelijke klachten. De nieuwe ggz-richtlijn Somatisch-symptoomstoornis (2026) laat het SOLK-begrip helemaal los. De reden: het onderscheid tussen verklaarde en onverklaarde klachten werkte niet, en het scheidde lichaam en geest kunstmatig. De nadruk ligt nu op de instandhoudende factoren: biologisch, psychologisch en sociaal.
Wat zijn nu de instandhoudende factoren?
Op de lijst van instandhoudende factoren staan slaap, stress, werk en relaties.
De fysieke woonomgeving staat er vrijwel nooit op, en de elektromagnetische belasting van de slaapkamer al helemaal niet. Kijk naar het klachtenpatroon van SOLK en ALK: vermoeidheid, slecht slapen, hoofdpijn, concentratieproblemen, onrust, hartkloppingen. Dat is vrijwel precies het patroon dat in de literatuur over laagintensieve blootstelling steeds terugkomt (zie wat blijkt uit onderzoek) en dat ook in burn-out of stralingsklachten? naar voren komt.
Ik zeg nooit dat alles aan straling ligt. Wel dat straling een factor is waarover je niet wordt ingelicht.
Overheidsnormen zien geen probleem, regelgeving loopt vaak achter de feiten aan.
Waar de blootstellingsnormen over gaan
Dit onderwerp wordt vaak polemisch gebracht. Dat is niet nodig: de ICNIRP-richtlijnen zijn er zelf helder over.
De limieten die in Nederland worden gehanteerd, zijn afgeleid van effecten waarvoor naar het oordeel van deze commissie voldoende bewijs bestaat: opwarming van weefsel, en bij lage frequenties stimulatie van zenuw- en spierweefsel.
Wat de richtlijnen niet doen, is uitspraken vastleggen over langdurige blootstelling aan lage intensiteiten zonder meetbare temperatuurstijging. ICNIRP motiveert dat: het bewijs werd onvoldoende consistent geacht om er limieten op te baseren.
Het gevolg is dat twee uitspraken die vaak door elkaar lopen niet hetzelfde betekenen. "De woning voldoet ruim aan de norm" gaat over opwarming; "deze patiënt wordt hier niet door belast" is een open vraag.
Woonbiologen werken daarom met de richtwaarden uit de bouwbiologische meettechniek. Die hebben geen wettelijke status, maar zijn gebaseerd op metastudies als het BioInitiative Report; het zijn voorzorgsrichtwaarden voor slaapplaatsen, vaak vele malen lager dan de richtlijnen aangeven. Ze maken metingen vergelijkbaar. Meer over de verschillende normen leest u in normen voor straling.
Wat blijkt uit onderzoek: vijf lijnen
Wie de literatuur doorneemt, ziet steeds dezelfde lijnen terugkomen. Hieronder per lijn de publicatie die het meest wordt aangehaald, met de bron erbij. Een veel uitgebreider overzicht van wetenschappers en studies staat op wat zegt de wetenschap.
1. Classificatie: mogelijk kankerverwekkend
In 2011 deelde het International Agency for Research on Cancer (IARC) van de WHO hoogfrequente elektromagnetische velden in als mogelijk kankerverwekkend voor de mens (groep 2B), vooral op basis van een verhoogd gliomarisico bij intensief gebruik van mobiele telefoons (Baan e.a., 2011).
2. Dierstudies: tumoren bij langdurige blootstelling
Het Amerikaanse National Toxicology Program (NTP) vond in 2018 bij mannelijke ratten die langdurig werden blootgesteld aan GSM- en CDMA-signalen "duidelijk bewijs" voor kwaadaardige schwannomen van het hart. Het Italiaanse Ramazzini Instituut vond in hetzelfde jaar hetzelfde tumortype bij ratten, maar dan bij een blootstelling vergelijkbaar met die rond een basisstation: honderden malen lager dan in de NTP-studie (Falcioni e.a., 2018). Twee onafhankelijke laboratoria, twee blootstellingsniveaus, één uitkomst. Lees ook wat de NTP- en Ramazzini-studies lieten zien.
3. Oxidatieve stress
Yakymenko en collega's brachten 100 peer-reviewed studies bijeen naar oxidatieve effecten van laagintensieve hoogfrequente straling. In 93 daarvan werden oxidatieve effecten bevestigd, waaronder een verhoogde vorming van reactieve zuurstofverbindingen (ROS), ook bij intensiteiten ver onder de limieten (Yakymenko e.a., 2016). Oxidatieve stress is een bekend gemeenschappelijk spoor bij een breed scala aan chronische klachten.
4. Een mechanisme: spanningsafhankelijke calciumkanalen
Martin Pall (Washington State University) analyseerde studies waarin calciumkanaalblokkers de effecten van elektromagnetische velden opheffen of sterk verminderen. Hij concludeert dat elektromagnetische velden de spanningsafhankelijke calciumkanalen in de celwand activeren, met een instroom van calcium en daarna onder meer stikstofmonoxide en peroxynitriet (Pall, 2013). Dat biedt een verklaring voor biologische effecten zonder opwarming.
5. Slaap en melatonine
De klacht die in de praktijk het vaakst terugkeert, is slaap. Halgamuge bracht humane studies bijeen naar de aanmaak van melatonine door de pijnappelklier bij blootstelling aan elektromagnetische velden. Uit die review blijkt dat in een groot deel van de studies de melatonineproductie daalde, en de auteur stelt de ICNIRP-limieten op dit punt ter discussie (Halgamuge, 2013). Zie ook mobiele straling kan je slaap beïnvloeden.
Wat artsenorganisaties ermee doen
De Oostenrijkse Artsenkamer (Österreichische Ärztekammer) publiceerde in 2012 een richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van EMV-gerelateerde klachten, met een anamneseformulier. De Europese Academie voor Milieugeneeskunde werkte dit in 2016 uit tot de EUROPAEM EMF-richtlijn, met preventie, diagnostiek en behandeling (Belyaev e.a., 2016). In 2022 publiceerde de International Commission on the Biological Effects of Electromagnetic Fields (ICBE-EMF) in Environmental Health een uitgebreide onderbouwing waarom de aannames achter de ICNIRP- en FCC-limieten volgens hen niet meer houdbaar zijn (ICBE-EMF, 2022).
Maar ik ben me ervan bewust dat de officiële instanties tot een andere conclusie komen. De Gezondheidsraad en de door de WHO gefinancierde systematische reviews uit 2024 (onder meer Karipidis e.a., 2024) stellen dat er onder de limieten geen gezondheidsrisico is aangetoond. Juist daarom zet deze pagina de literatuur naast elkaar, zodat u zelf kunt beoordelen.
De bibliografieën van Moskowitz
Dr. Joel Moskowitz (School of Public Health, University of California, Berkeley) houdt bibliografieën bij van peer-reviewed publicaties over biologische effecten van elektromagnetische velden: abstracts met bronvermelding, geordend per periode. Drie daarvan:
Lees ze als overzicht, niet als standpunt. De uitkomsten lopen uiteen: er staan studies in die effecten rapporteren bij veldsterktes ver onder de geldende limieten, en studies die geen effect vinden. Een deel is methodologisch zwak, een deel niet. Replicatie is hier een bekend probleem, in beide richtingen.
Ik trek de conclusie niet voor u. Wat ik wel opmerk: het is een omvangrijker en minder eenduidig bestand dan de samenvatting "hier is niets van aangetoond" doet vermoeden.
Werkt u met kinderen? De recente studies over kinderen en straling heb ik samengevat in Kinderen en straling: wat blijkt uit de nieuwste studies?
Latent EHS als werkhypothese
In schattingen geldt ongeveer vijf procent van de bevolking als (zelf)erkend elektrogevoelig. Die groep legt het verband zelf en zit al met die vraag bij u.
Onze werkhypothese gaat over de groep daarbuiten: mensen die wel belast worden maar geen sensatie ervaren die zij aan een bron kunnen koppelen. Zij melden zich niet met "ik reageer op straling" maar met slapeloosheid of moeheid; er is geen provocatie en geen herkenbare trigger, dus geen aanleiding het verband te leggen — voor hen niet en voor u evenmin. In de spreekkamer belandt deze patiënt dan ook vaak onder het label SOLK of ALK. Wij noemen dat latent EHS: een werkhypothese, geen erkende entiteit en geen diagnose. Het nut is praktisch — het verplaatst de woonomgeving van iets wat de patiënt zou moeten aanvoelen naar iets wat u kunt meten. Meer hierover in burn-out of stralingsklachten?
Wilt u dit spoor aftasten zonder consulttijd te verliezen, dan leveren deze vragen het meeste op:
- Slaapt de patiënt beter elders — op vakantie, bij familie, in een ander huis? En knapt hij dan op binnen dagen, of langer?
- Staat er een router, een DECT-basisstation of een babyfoon in of tegen de slaapkamer? Wat staat er achter de muur bij het hoofdeinde? Is er een (sterke) zendmast in zicht van de slaapkamer?
- Sinds wanneer bestaan de klachten, en viel dat samen met een verhuizing, een verbouwing, nieuwe apparatuur of zonnepanelen met een omvormer?
- Is het patroon in het weekend of tijdens vakanties anders?
Het zijn geen diagnostische maar omgevingsvragen.
Het dubbelblinde onderzoek bij Stieglbrauerei
Naast celbiologisch onderzoek is er één studie bij mensen die u wellicht interesseert, al was het maar vanwege de uitkomstmaat. Bij de Salzburgse Stieglbrauerei mat de Sigmund Freud Privatuniversität Wenen bij vijftig medewerkers in twee rondes over vier weken de hartslagvariabiliteit. Eén bedrijfsonderdeel kreeg werkende apparatuur, het andere identieke dummy's — zowel op het werk als thuis, om de thuissituatie als confounder uit te sluiten. De onderzoekers waren geblindeerd voor de groepsindeling en zelfs voor het werkingsprincipe.
Gerapporteerd resultaat: in de dummygroep bleven de HRV-waarden gelijk of verslechterden ze; in de interventiegroep bewogen zij richting normaalwaarden, in beide richtingen — hoge waarden omlaag, lage omhoog.
De kanttekeningen zult u zelf al zien. N=50. De opdrachtgever is de fabrikant, en de wetenschappelijk projectleider is aan hem verbonden. Een bidirectionele uitkomstmaat is lastig falsifieerbaar en regressie naar het gemiddelde ligt op de loer — al is dat precies waarvoor de controlegroep dient, en die liet het patroon niet zien. Toch is dit gezien het feit dat het een nieuwe ontwikkeling is waar weinig mensen de vingers aan durven te branden een resultaat die samen met de weliswaar anekdotische recensies hoop geven. Samen met het celbiologisch Instituut Dartsch die hier achter staat en de uitlegboeken van Arnim Bechmann is dit een ontwikkling die het volgen waard is.
Los daarvan mat Grimm Aerosol Technik in hetzelfde project de luchtkwaliteit: circa 27 tot 30 procent meer luchtionen en 35 tot bijna 80 procent minder fijnstof. Dat is een fysische meting door een onafhankelijke instrumentfabrikant, en van luchtionisatie die aerosolen laat agglomereren en neerslaan is het mechanisme bekend. Alle studies, ook het celbiologische onderzoek, staan op Memon onderzoek.
Wat een woonbioloog doet, en wanneer doorverwijzen zinvol is
Een woonbioloog meet de woonomgeving en rapporteert getallen: hoogfrequente velden per ruimte, laagfrequente elektrische en magnetische wisselvelden bij het bed en op de werkplek, en de aardingssituatie. Het resultaat is een rapport met meetwaarden, afgezet tegen de bouwbiologische richtwaarden, plus maatregelen op volgorde van eenvoud. Zie meting aan huis.
Doorverwijzen is zinvol bij aanhoudende slaapklachten zonder duidelijke oorzaak, bij patiënten met SOLK of ALK bij wie de gebruikelijke aanpak weinig oplevert, bij klachten die elders verdwijnen en thuis terugkeren, bij klachten die begonnen na een verandering in of om het huis, en bij de patiënt die zelf een verband vermoedt. Een meting geeft dan een feitelijk antwoord: er is weinig, of er is meer dan verwacht. Beide brengen het gesprek verder — de eerste vaak het meest, omdat zij een spoor afsluit.
Wilt u zelf leren meten, in uw praktijk of bij een patiënt? Zie zelf leren meten.
Wat ik niet doe
- Ik stel geen diagnoses en spreek me niet uit over de oorzaak van iemands klachten.
- Ik adviseer nooit over medicatie en ontraad nooit een behandeling; wie mij daarnaar vraagt, verwijs ik terug naar zijn arts.
- Ik presenteer geen enkel product als behandeling, alleen als bescherming.
Ik ben EMF-specialist, geen arts. Zelf ging ik twintig jaar lang door een lang en complex traject met ernstige diagnoses en misdiagnoses, en hield daar één houding aan over: niemand hoort zijn oordeel uit handen te geven — patiënt noch behandelaar. Lees mijn verhaal.
Kosteloos overleg of een lezing
Overleg over een casus. Telefonisch, een paar minuten, geanonimiseerd. U legt de situatie voor en ik zeg of een meting hier iets kan opleveren — ook wanneer ik denk van niet.
Een lezing voor uw praktijk of vakgroep. Tijdsduur in overleg: de literatuur en haar beperkingen, wat er in woningen gemeten wordt, en een demonstratie met meetapparatuur in de ruimte zelf. Dat laatste is doorgaans het meest verhelderend, in beide richtingen. Geen productpresentatie.
Beide zijn kosteloos en zonder verplichting. Op deze pagina staat bewust geen bestelknop. Neem contact op of bel 06 - 46 203 796.
Per vakgebied
Iedere behandelaar kijkt vanuit een eigen kader. Daarom is er per vakgebied een pagina die aansluit bij die visie, met de onderbouwing die daar past.
Complementaire therapie
- Homeopaten: water als informatiedrager, Hahnemanns obstakel voor genezing en het betere effect van uw middelen.
- Bioresonantietherapeuten: lichaamseigen frequenties, elektrosmog als belasting en de meetomgeving van uw behandelruimte.
- Orthomoleculair therapeuten en natuurgeneeskundigen: oxidatieve stress, melatonine en nutriënten in onderzoek naar straling.
- Kinesiologen en NEI-therapeuten: de spiertest, de biotensor en het autonome zenuwstelsel.
- Acupuncturisten en TCM-therapeuten: de elektrische eigenschappen van meridianen en het lichaam als geleider.
Reguliere zorg
- Bedrijfsartsen en HR: verzuim, burn-out en de belasting van het pand.
- Verloskundigen en kinderartsen: straling, zwangerschap en vruchtbaarheid en straling en kinderen.
- Slaapspecialisten: straling in de slaapkamer.
- Dierenartsen en dierentherapeuten: klachten bij honden, katten en paarden.
Bronnen
- Akwa GGZ (2018). Zorgstandaard Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). ggzstandaarden.nl
- Olde Hartman, T., van Ravesteijn, H., Lucassen, P. (2012). Onverklaarde lichamelijke klachten. Huisarts & Wetenschap. henw.org
- Rutten, S., Hulscher, M., Boeschoten, R.E. e.a. (2024). Hardnekkige aanhoudende lichamelijke klachten in de huisartsenpraktijk. Tijdschrift voor Psychiatrie, 66(4), 195–201. pdf
- Richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (2026). richtlijnendatabase.nl
- Baan, R., Grosse, Y., Lauby-Secretan, B. e.a. (2011). Carcinogenicity of radiofrequency electromagnetic fields. The Lancet Oncology, 12(7), 624–626. doi:10.1016/S1470-2045(11)70147-4
- National Toxicology Program (2018). Technical Report 595: toxicology and carcinogenesis studies in Hsd:Sprague Dawley SD rats exposed to whole-body radio frequency radiation (GSM and CDMA). ntp.niehs.nih.gov
- Falcioni, L., Bua, L., Tibaldi, E. e.a. (2018). Report of final results regarding brain and heart tumors in Sprague-Dawley rats exposed from prenatal life until natural death to mobile phone radiofrequency field representative of a 1.8 GHz GSM base station environmental emission. Environmental Research, 165, 496–503. doi:10.1016/j.envres.2018.01.037
- Yakymenko, I., Tsybulin, O., Sidorik, E. e.a. (2016). Oxidative mechanisms of biological activity of low-intensity radiofrequency radiation. Electromagnetic Biology and Medicine, 35(2), 186–202. doi:10.3109/15368378.2015.1043557
- Pall, M.L. (2013). Electromagnetic fields act via activation of voltage-gated calcium channels to produce beneficial or adverse effects. Journal of Cellular and Molecular Medicine, 17(8), 958–965. doi:10.1111/jcmm.12088
- Halgamuge, M.N. (2013). Pineal melatonin level disruption in humans due to electromagnetic fields and ICNIRP limits. Radiation Protection Dosimetry, 154(4), 405–416. doi:10.1093/rpd/ncs255
- Belyaev, I., Dean, A., Eger, H. e.a. (2016). EUROPAEM EMF Guideline 2016 for the prevention, diagnosis and treatment of EMF-related health problems and illnesses. Reviews on Environmental Health, 31(3), 363–397. doi:10.1515/reveh-2016-0011
- ICBE-EMF (2022). Scientific evidence invalidates health assumptions underlying the FCC and ICNIRP exposure limit determinations for radiofrequency radiation: implications for 5G. Environmental Health, 21, 92. doi:10.1186/s12940-022-00900-9
- Karipidis, K., Baaken, D., Loney, T. e.a. (2024). The effect of exposure to radiofrequency fields on cancer risk in the general and working population: a systematic review of human observational studies – Part I. Environment International, 191, 108983. doi:10.1016/j.envint.2024.108983