Biotensor kopen: zo kies je de juiste

Wil je een biotensor kopen? Dan zie je al snel tientallen modellen: kort, lang, met ring of spiraal, deelbaar, uitschuifbaar. Welke past bij jou? In deze gids lees je waar een goede biotensor aan voldoet, welke maat bij welk gebruik hoort en welke Ökotensor ik je aanraad, of je nu net begint of dagelijks in je praktijk test.

Snel kiezen

Wat is een biotensor?

Een biotensor is een handinstrument uit de radiësthesie: een greep met een dunne, verende antenne en aan het uiteinde een ring of spiraal. Je houdt hem licht in je hand, stelt een vraag of houdt een middel bij je lichaam, en de antenne slaat uit. Meestal betekent een draaiende beweging "ja" of "goed" en een heen-en-weerbeweging "nee" of "belastend". Ieder werkt met zijn eigen afspraken.

De biotensor wordt vaak gezien als de verfijnde opvolger van de pendel. Doordat de antenne veert, reageert hij sneller en heb je minder last van wind of een trillende hand. Veel therapeuten gebruiken hem naast of in plaats van spiertesten.

Waarvoor gebruik je een biotensor?

  •  
  • Voeding uittesten: welke voedingsmiddelen passen bij je en welke niet.
  •  
  • Supplementen en remedies kiezen: vitamines, Bachbloesems, homeopathie, kruiden.
  •  
  • Allergenen en huishoudelijke stoffen testen, van wasmiddel tot cosmetica.
  •  
  • Bovis-metingen van voeding, water of een ruimte.
  •  
  • Plekken in huis, zoals je slaapplek. Voor het opsporen van wateraders werk ik zelf met een wichelroede, omdat je daarmee lopend een hele kamer of tuin afgaat.

Een biotensor is een hulpmiddel om bewuster te kiezen en wordt veel gebruikt in bioresonantie en nei-therapie.

Waar let je op bij het kopen van een biotensor?

1. De lengte

De lengte bepaalt hoe de biotensor uitslaat. Korter (25–40 cm) reageert snel en compact, handig aan tafel en in je tas. Langer (45–57 cm) zwaait rustiger en breder, waardoor je de uitslag makkelijker leest. Veel mensen beginnen rond de 45 cm. Twijfel je, kies dan een uitschuifbaar model: dan probeer je zelf welke lengte bij je past.

2. De antenne

Een goede biotensor heeft een antenne van verenstaal, bij Ökotensor verguld. Een dunne antenne reageert fijngevoelig en snel, een dikkere geeft een stabielere uitslag. Goedkope modellen met een slappe of te stugge draad maken het lezen lastig. Dat is vaak de reden dat beginners denken dat het "niet werkt".

3. Ring of spiraal

Het gewicht aan het uiteinde stuurt de beweging. Een ring (hout of metaal) geeft een duidelijke, geconcentreerde uitslag en is de klassieke keuze. Een spiraal verdeelt het gewicht over een langer stuk en geeft een rustigere, ronde zwaai. De spiraal biotensor is vooral geliefd als tweede instrument, om te variëren of een uitkomst te controleren.

4. De greep

Kies een greep die niet koud aanvoelt en niet glad wordt. Kurk is licht, warm en neutraal, en daarom mijn voorkeur. Bij een lange sessie merk je het verschil.

5. Meenemen of thuis gebruiken

Werk je op locatie, kies dan een model dat beschermd meegaat. De antenne is het kwetsbare deel: één keer verbogen en de uitslag verandert. Een koker of een deelbaar model met etui voorkomt dat.

Welke Ökotensor past bij jou?

Ik verkoop bewust alleen Ökotensors. Ze worden in Oostenrijk gemaakt, met vergulde antennes en kurkgrepen, en therapeuten werken er al jaren mee.

                                                                                                                                                                                                       

Model Lengte Bijzonder Voor wie
Klassiek in koker 46 cm Houten ring, beschermende koker Beginners en vaste gebruikers
Deelbaar in kurk-etui 47–50 cm Antenne schroeft los, etui van 20 cm Therapeuten op locatie
Vario 43–56 cm Traploos uitschuifbaar Wie zelf wil afstemmen of lang wil
Med Plus 40–57 cm Twee antennes, aansluiting voor scansensor Dagelijks gebruik in de praktijk
Spiraal – Spiraalpunt, rustige zwaai Ervaren gebruikers, als tweede instrument

Zoek je juist iets kleins voor in je jaszak? De uitschuifbare Ökotensor Mini en Midi heb ik ook. Vraag er gerust naar.

Handig erbij: de Neutradoc

Wie veel test, zet zijn biotensor na elke sessie op een Neutradoc. Deze houder met Flower of Life-motief "ontlaadt" het instrument, zodat het neutraal klaarstaat voor de volgende cliënt. Je kunt er ook remedies of sieraden op neutraliseren.

Beginnen met je biotensor: vijf tips

  1.  
  2. Maak eerst je afspraken. Vraag iets waarvan je het antwoord zeker weet en kijk hoe hij uitslaat voor ja en voor nee.
  3.  
  4. Houd hem los, met je pols ontspannen. Knijpen dempt de uitslag.
  5.  
  6. Test in rust. Moe, gehaast of met een vooraf gewenst antwoord test je minder zuiver.
  7.  
  8. Eén vraag tegelijk, zo concreet mogelijk.
  9.  
  10. Let op je omgeving. Een telefoon in je zak of een wifi-router naast je tafel kan je uitkomsten verstoren. Leg je telefoon op vliegtuigstand en een eind weg.

Biotensor en straling: waarom dit samenhangt

Wie met een biotensor werkt, weet hoe fijngevoelig het lichaam reageert op een stof, een middel of een plek. Diezelfde gevoeligheid geldt voor de straling waar we de hele dag in zitten: wifi, 5G, DECT en de mobiele telefoon. Therapeuten zien in hun praktijk steeds vaker klachten als slecht slapen, hoofdpijn en onrust, zonder duidelijke oorzaak.

Test je zelf met je biotensor hoe je cliënt reageert op zijn telefoon? Dan wordt het onzichtbare ineens heel concreet. Wat de wetenschap erover zegt, lees je op wetenschap over straling. Hoe je jezelf en je praktijk beschermt, zonder af te schermen, lees je in beschermen tegen 5G straling. Wil je het ook meetbaar maken, dan is de TriField TF2 een mooie aanvulling op je biotensor.

Veelgestelde vragen over de biotensor

Wat is de beste biotensor?

Dat hangt af van hoe je werkt. Voor de meeste mensen is een klassieke biotensor van rond de 45 cm met kurkgreep en houten ring de beste start. Test je dagelijks, dan haal je met de Med Plus meer uit je werk, omdat je de antenne kunt wisselen.

Waar kan ik een biotensor kopen in Nederland?

Hier. Alle Ökotensors heb ik op voorraad in Bathmen en verstuur ik snel binnen Nederland en België.

Is er een biotensor van 61 cm?

Ökotensor maakt geen vaste biotensor van 61 cm. De langste zijn de Vario (tot 56 cm) en de Med Plus (tot 57 cm). Voor een rustige, brede uitslag zijn die ruim voldoende, en je kunt ze ook korter zetten.

Wat is het verschil tussen een biotensor en een Ökotensor?

Ökotensor is een merk, biotensor de soortnaam. Een Ökotensor is dus een biotensor van een Oostenrijkse maker die bekendstaat om zijn vergulde antennes en kurkgrepen.

Biotensor of wichelroede?

Een biotensor gebruik je vooral aan tafel: voeding, middelen, vragen. Een wichelroede gebruik je lopend, om wateraders en aardstralen in huis of tuin op te sporen. Veel mensen hebben uiteindelijk allebei.

Kan iedereen met een biotensor werken?

De meeste mensen krijgen na wat oefening een duidelijke uitslag. Geef het tijd, werk ontspannen en begin met eenvoudige vragen. Kom je er niet uit, bel of mail me gerust.