Ökotensor Vario biotensor met kurken handvat, vergulde antenne en houten ring

Werken met een biotensor: werking, tips en beginnersfouten

Werken met een biotensor: hoe doe je dat, en hoe werkt het eigenlijk? Veel mensen kopen er een, proberen het een avond en leggen hem dan in een la. Jammer, want met wat oefening wordt een biotensor een heel bruikbaar hulpmiddel: aan de keukentafel, in de praktijk van een therapeut of bij het kiezen van een supplement. In dit artikel lees je hoe de werking verklaard wordt, hoe je begint, welke fouten beginners maken en wat gebruikers ermee doen.

Ökotensor Vario biotensor met kurken handvat, vergulde verenstalen antenne en houten ring

Wat is een biotensor?

Een biotensor is een handinstrument uit de radiësthesie. Je houdt een greep vast, met daaraan een dunne, verende antenne. Aan het uiteinde zit een ring, een bolletje of een spiraal. Stel je een vraag of houd je een middel bij je lichaam, dan gaat de antenne bewegen: draaien, heen en weer, of op en neer. Die beweging lees je af.

Je kunt hem zien als de opvolger van de pendel. Het verschil: de antenne veert. Daardoor reageert een biotensor sneller, heb je minder last van een trillende hand of tocht, en lees je de uitslag makkelijker. Welke maat en welk model bij je past, lees je in Biotensor kopen: zo kies je de juiste.

Hoe werkt een biotensor?

Hier lopen de verklaringen uiteen, en dat is goed om te weten voordat je begint.

  • De sceptische verklaring. De beweging komt uit je eigen hand. Onbewust maak je minuscule spierbewegingen, en de verende antenne vergroot die zichtbaar. Dit heet het ideomotorisch effect. Wie vooraf een antwoord verwacht, krijgt dat antwoord ook vaak.
  • De verklaring uit de radiësthesie. Je lichaam reageert op wat je test: een voedingsmiddel, een remedie, een plek. Die reactie loopt via je zenuwstelsel naar je spieren. De biotensor maakt zichtbaar wat je lichaam al weet.

Mijn kijk erop: beide verklaringen gaan over hetzelfde. De beweging komt inderdaad uit je hand. De vraag is waar de informatie vandaan komt die die beweging stuurt. Ik werk zelf al jaren met een wichelroede, en daar is het precies zo. Je eigen lichaam is het meetinstrument, de roede of de tensor maakt het zichtbaar. Maar ik ben me ervan bewust dat de wetenschap dit niet heeft aangetoond. Daarom is de manier waarop je werkt zo belangrijk: rustig, zonder vooraf gewenst antwoord, en waar het kan geblindeerd. Daarover hieronder meer.

Beginnen met je biotensor in vijf stappen

  1. Kom tot rust. Ga zitten, voeten op de grond, telefoon op vliegtuigstand en een eind weg. Moe, gehaast of gespannen test je minder zuiver.
  2. Houd hem goed vast. Los in je hand, je pols ontspannen, de antenne ongeveer horizontaal. Knijpen dempt de uitslag.
  3. Maak je afspraken. Vraag iets waarvan je het antwoord zeker weet, bijvoorbeeld je eigen naam. Kijk hoe de antenne uitslaat bij "ja". Doe hetzelfde met een vraag waarop het antwoord "nee" is. Bij de meeste mensen betekent een draaiende beweging ja en heen en weer nee, maar ieder werkt met zijn eigen afspraken.
  4. Stel één vraag tegelijk. Zo concreet mogelijk. Niet "is dit gezond?", maar "past dit supplement nu bij mij, in deze hoeveelheid?".
  5. Oefen kort en vaak. Tien minuten per dag werkt beter dan één lange avond. Na een paar weken wordt de uitslag duidelijker en vertrouw je er meer op.

Waarvoor gebruik je een biotensor?

Voeding en supplementen testen

Dit is het meest gebruikte toepassingsgebied. Houd het potje of het voedingsmiddel in je andere hand, of zet het voor je neer, en kijk hoe de antenne reageert. Veel mensen testen zo welk supplement bij ze past, en welke hoeveelheid. Ook de supplementen in de collectie Ondersteuning testen klanten op die manier.

Remedies en Bachbloesems kiezen

Therapeuten gebruiken de biotensor om uit een reeks remedies de juiste te kiezen, of om te kijken of een middel nog nodig is. Je ziet hem veel bij NEI-therapeuten, kinesiologen, homeopaten en orthomoleculair therapeuten, vaak naast of in plaats van een spiertest.

De boviswaarde meten

Met een biotensor en een bovisschaal meet je de levensenergie van voeding, water of een ruimte. Wat de boviswaarde is en welke waarden je tegenkomt, lees je in Wichelroedelopen en aardstralen: hoe werkt het?

Je slaapplek en wateraders

Je kunt met een biotensor boven een plattegrond of op een plek in huis testen. Voor het opsporen van wateraders werk ik zelf liever met een wichelroede: daarmee loop je in één keer een hele kamer of tuin af. Hoe je dat leert, lees je op zelf leren meten, met de gratis minicursus wateraders ontstoren.

Straling en je lichaam

Een mooie oefening: laat iemand zijn telefoon vasthouden, met wifi en mobiele data aan, en test de reactie. Doe het daarna nog eens met de telefoon op vliegtuigstand en een eind weg. Veel therapeuten gebruiken dit om cliënten te laten zien dat straling geen abstract verhaal is. Wil je het daarnaast ook meetbaar maken, dan is de TriField TF2 een mooie aanvulling op je biotensor. Wat straling met je lichaam kan doen, lees je op gevolgen van straling.

Testen zonder dat je eigen verwachting meespeelt

De grootste valkuil is je eigen verwachting. Wil je graag dat een middel goed is, dan slaat de antenne makkelijk de goede kant op. Zo voorkom je dat:

  • Test blind. Laat iemand anders twee of drie potjes in identieke zakjes of bekers doen en nummeren. Jij test zonder te weten welke welke is.
  • Herhaal. Test hetzelfde middel op een ander moment opnieuw. Krijg je steeds dezelfde uitslag, dan wordt het betrouwbaarder.
  • Stel neutrale vragen. Niet "dit is toch goed voor me?", maar "past dit middel bij mij?".
  • Stop als je moe bent. Na een half uur testen wordt de uitslag vaak vlakker of grilliger. Neem pauze.

Fouten die beginners vaak maken

  • Een te goedkope tensor. Een slappe of juist te stugge draad maakt het lezen lastig. Dat is vaak de reden dat mensen denken dat het niet werkt. Een goede antenne van verenstaal reageert fijn en voorspelbaar.
  • Te hard vasthouden. Een gespannen hand dempt alles.
  • Te veel tegelijk willen. Begin met eenvoudige ja-nee-vragen voordat je aan supplementen of remedies begint.
  • Testen naast de router. Een telefoon in je zak of wifi naast je tafel kan je uitkomsten verstoren. Zoek een rustige plek.
  • De tensor niet ontladen. Wie veel test, zet zijn biotensor na elke sessie op een Neutradoc, zodat hij neutraal klaarstaat voor de volgende keer.

Welke biotensor kies je?

Ökotensor Med Plus biotensor KH-430 met kurkgreep en twee verwisselbare antennes

Begin je net, kies dan een klassieke biotensor rond de 45 cm met kurkgreep en houten ring, zoals de Ökotensor klassiek in koker. Wil je zelf de lengte bepalen, dan is de Ökotensor Vario (43 tot 56 cm) een mooie keuze. Werk je op locatie, neem dan de deelbare Ökotensor in etui. En test je dagelijks in je praktijk, dan haal je met de Ökotensor Med Plus en zijn twee antennes het meeste uit je werk. Als tweede instrument kiezen ervaren gebruikers vaak de spiraal biotensor, met een rustigere zwaai. Alle modellen naast elkaar zie je in Biotensor kopen en in de collectie Zelf onderzoeken.

Veelgestelde vragen

Werkt een biotensor echt?

Wetenschappelijk is niet aangetoond waar de informatie vandaan komt. Sceptici verklaren de uitslag met onbewuste spierbewegingen. Gebruikers en veel therapeuten werken er al jaren mee en vinden de uitkomsten bruikbaar. Mijn advies: oefen, test geblindeerd, en kijk zelf wat het je oplevert.

Kan iedereen met een biotensor werken?

De meeste mensen krijgen na een paar weken oefenen een duidelijke uitslag. Geef het tijd, werk ontspannen en begin met eenvoudige vragen.

Wat is het verschil tussen een biotensor en een pendel?

Een pendel hangt aan een draad en zwaait langzaam uit. Een biotensor heeft een verende antenne, reageert sneller en heeft minder last van een trillende hand of tocht. Veel mensen vinden de uitslag daardoor makkelijker te lezen.

Hoe lang moet een biotensor zijn?

Korter (25 tot 40 cm) reageert snel en compact, langer (45 tot 57 cm) zwaait rustiger. Veel mensen beginnen rond de 45 cm. Twijfel je, kies dan een uitschuifbaar model.

Biotensor of wichelroede?

Een biotensor gebruik je vooral zittend: voeding, supplementen, remedies, vragen. Een wichelroede gebruik je lopend, om wateraders en aardstralen op te sporen. Veel mensen hebben uiteindelijk allebei.

Twijfel je welke biotensor bij je past, of wil je weten hoe je begint? Neem contact op. Ik denk graag met je mee.

Terug naar blog

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.

Erik Leemkuil, woonbioloog uit Bathmen

Geschreven door Erik Leemkuil, woonbioloog uit Bathmen

Ik meet straling bij mensen thuis en schrijf over wat ik daar zie, met de studies erbij. Over mij · Meting aan huis · Contact