Testopstelling voor de ICNIRP-normen: kunststof hoofd gevuld met zoutoplossing en een mobiele telefoon ertegenaan

Normen voor straling: ICNIRP, WHO, Gezondheidsraad en de kritiek

Normen voor straling: wie bepaalt eigenlijk hoeveel straling van wifi, 4G en 5G "veilig" is? En waarom zegt iedere instantie dat alles binnen de norm valt, terwijl ik bij metingen aan huis mensen zie die slecht slapen en zich niet lekker voelen? In dit artikel lees je wie de normen bepaalt (ICNIRP, WHO, Gezondheidsraad), waarop ze gebaseerd zijn, waarom ze achterhaald zijn en hoe het zit met de belangen erachter. Ook zie je hoe andere landen en de bouwbiologie ermee omgaan, en wat dit voor jou thuis betekent.

Testopstelling voor de ICNIRP-normen: kunststof hoofd gevuld met zoutoplossing en een mobiele telefoon ertegenaan

Wie bepaalt de normen voor straling?

Vraag je wie in Nederland over straling gaat, dan krijg je acht namen: het ministerie van Economische Zaken, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, het RIVM, de Gezondheidsraad, het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid, het Antennebureau, de gemeenten en de GGD. Ze wijzen naar elkaar, en uiteindelijk allemaal naar één club: de ICNIRP.

  • ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). Opgericht in 1992 en voortgekomen uit een commissie van de IRPA, de internationale vereniging voor stralingsbescherming. De ICNIRP is geen overheidsorgaan maar een particuliere vereniging, ingeschreven in Duitsland. Nieuwe leden worden gekozen door de zittende commissie zelf. De richtlijnen van haar voorganger uit 1991 werden vrijwel één op één overgenomen.
  • WHO. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt zelf geen limieten vast, maar verwijst naar de ICNIRP. Michael Repacholi was de eerste voorzitter van de ICNIRP. In 1996 startte hij bij de WHO het Internationale EMF-project.
  • Europese Unie. In 1999 adviseerde de EU de lidstaten de ICNIRP-limieten over te nemen. Nederland volgt dat advies.
  • Gezondheidsraad. Adviseert de regering. De vaste Commissie Elektromagnetische velden toetst nieuwe studies en houdt tot nu toe steeds vast aan de ICNIRP-limieten.
  • Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid. Een samenwerking van onder meer het RIVM, TNO en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (vroeger Agentschap Telecom). De instantie die de frequenties veilt, zit dus mee aan tafel bij de voorlichting over gezondheid.

Hoe dat in de praktijk uitpakt, zag ik in de ontwerp-omgevingsvisie van mijn eigen gemeente Deventer. Van de ongeveer 2.500 woorden over gezondheid gingen er 24 over straling. De boodschap: we volgen de Europese limieten. Meer niet. Hoe de overheid tot die limieten komt, lees je ook in Als de officiële limieten worden nageleefd, waarom zou ik me dan nog zorgen maken?

Waarop zijn de ICNIRP-normen gebaseerd?

De ICNIRP-normen voor hoogfrequente straling hebben maar één uitgangspunt: opwarming. De gedachte is simpel. Niet-ioniserende straling heeft te weinig energie om moleculen te breken, dus het enige risico is dat weefsel warm wordt. Een model van de tekentafel.

Zo is de norm opgebouwd:

  • Bij een opname van 4 watt per kilo lichaamsgewicht stijgt de lichaamstemperatuur na ongeveer een half uur met circa 1 °C. Dat is het startpunt.
  • Voor werknemers deelt de ICNIRP dat door 10, voor het publiek door 50. Zo kom je op 0,08 W/kg voor het hele lichaam. Voor hoofd en romp geldt lokaal 2 W/kg.
  • De blootstelling wordt gemiddeld over een korte tijd: 6 minuten voor lokale opwarming, en sinds de herziening van 2020 een half uur voor het hele lichaam.
  • Getest wordt in een afgesloten opstelling, met één bron tegelijk.

Op de foto hierboven zie je het principe: een kunststof hoofd met een zoutoplossing, met een bellende telefoon ertegen. Gemeten wordt hoeveel energie er in die vloeistof terechtkomt. Dit is ook hoe de SAR-waarde van je telefoon wordt bepaald.

Wat er mis is met deze methode:

  1. Het hoofd is te groot. Het standaardhoofd, de SAM-pop, is gebaseerd op het hoofd van een grote volwassen man. Onderzoeker Om Gandhi en collega's (2012, Electromagnetic Biology and Medicine) berekenden dat kinderen in werkelijkheid veel meer straling opnemen dan de SAM-pop aangeeft, omdat hun schedel dunner is en hun hoofd kleiner.
  2. Alleen warmte telt. Wat er gebeurt met zenuwcellen, hormonen, de bloed-hersenbarrière of het DNA, wordt niet meegenomen.
  3. Kort en geïsoleerd. Zes of dertig minuten, met één bron. Jij woont 24 uur per dag tussen wifi, DECT, telefoons, de slimme meter en de zendmast van de buurt.
  4. Een schone golf is geen 5G-signaal. Veel studies gebruiken een frequentiegenerator die een gladde, continue golf maakt. Echte communicatiesignalen zijn gepulst en onrustig. Daar reageert je lichaam heel anders op.
Natuurlijke 10 Hz-golf als gladde sinus naast een nagebootste 10 Hz-golf in blokvorm
Links een schone sinusgolf, rechts een gepulst signaal zoals draadloze communicatie dat gebruikt

De ICNIRP zag bovendien geen reden om de normen aan te passen toen we overgingen van analoog (1G) naar digitaal (2G, GSM). Het digitale signaal met zijn pulsen werd met dezelfde maatstaf gemeten als het oude analoge signaal. Die maatstaf geldt nog steeds voor 4G en 5G.

Spectrumanalyse met de banden van GSM900, DECT, GSM1800, UMTS en wifi in één meetbeeld
Een opname van 10 milliseconden van de communicatiesignalen in een woonkamer. Met dank aan ROM Elektronic GmbH

Waarom zijn de normen voor straling achterhaald?

Omdat er effecten worden gevonden ruim onder de grens waarbij weefsel opwarmt. Dat heten niet-thermische effecten, en daar is inmiddels veel onderzoek naar. Het verschil leg ik uit in Wat is het verschil tussen thermische en niet-thermische effecten? Een paar belangrijke studies en rapporten:

  • IARC (2011). Het kankeragentschap van de WHO classificeerde radiofrequente velden als mogelijk kankerverwekkend (groep 2B), op basis van een verhoogd risico op glioom bij intensief gebruik van de mobiele telefoon.
  • NTP (2018). Het Amerikaanse National Toxicology Program stelde ratten en muizen twee jaar bloot aan 2G- en 3G-straling. Wat blijkt uit dit onderzoek: duidelijk bewijs voor kwaadaardige schwannomen in het hart van mannelijke ratten, en aanwijzingen voor tumoren in hersenen en bijnieren.
  • Ramazzini Instituut (2018). Falcioni en collega's (Environmental Research) stelden 2.448 ratten van voor de geboorte tot hun natuurlijke dood bloot aan een 1,8 GHz-signaal, zoals van een zendmast. Bij de hoogste dosis, 50 V/m, zagen ze meer schwannomen in het hart van mannelijke ratten. Dezelfde tumor als bij het NTP, en dat bij een veldsterkte onder de ICNIRP-limiet van ongeveer 58 V/m voor die frequentie.
  • ICBE-EMF (2022). Een internationale commissie van wetenschappers publiceerde in Environmental Health een uitgebreide analyse. Hun conclusie: de aannames onder de ICNIRP- en FCC-limieten worden door het wetenschappelijke bewijs weerlegd, en de limieten beschermen de bevolking niet.
  • BioInitiative Report (2007, 2012). Een groep van 29 onafhankelijke wetenschappers vatte duizenden studies samen. Ze zagen biologische effecten bij zeer lage niveaus en adviseren voor hoogfrequent een voorzorgsniveau van 3 tot 6 µW/m². Dat is tot ruim een miljoen keer lager dan de ICNIRP-limiet.

Hoe reageerde de Gezondheidsraad op het BioInitiative Report? De commissie noemde het in 2008 "geen evenwichtige en objectieve weerspiegeling" van de wetenschap, en stelde dat een biologisch effect niet automatisch gezondheidsschade betekent. Als straling de werking van je hypofyse verandert, wacht je dan tot je ziek bent?

Ook bij 5G zie je dit patroon. In september 2020 schreef de Gezondheidsraad dat er geen bewijs is dat 5G de gezondheid schaadt, maar dat onderzoek nodig is. De commissie kon niet zeggen bij welk niveau schade optreedt, omdat die kennis ontbreekt. Wel adviseerde ze de 26 GHz-band voorlopig niet te gebruiken. Het beleid van de regering: gewoon doorgaan met de uitrol. Zie ook Is 5G schadelijk? Meer studies vind je op Wetenschap over straling.

Hoe onafhankelijk zijn ICNIRP, WHO en Gezondheidsraad?

Hier wordt het ongemakkelijk. Steeds dezelfde mensen beoordelen hun eigen normen.

  • Een gesloten netwerk. In 2020 lieten de Europarlementariërs Michèle Rivasi en Klaus Buchner een rapport opstellen over de ICNIRP. Daaruit blijkt dat de leden elkaar steeds terugvinden in de WHO, nationale adviesorganen en industriegerelateerde onderzoeksprogramma's, en dat kritische wetenschappers buiten de deur blijven.
  • De Gezondheidsraad. Eric van Rongen was jarenlang wetenschappelijk secretaris van de Commissie Elektromagnetische velden van de Gezondheidsraad. In dezelfde periode was hij vicevoorzitter en daarna voorzitter van de ICNIRP. Lennart Hardell bekritiseerde in 2021 in de World Journal of Clinical Oncology de belangenconflicten in het 5G-advies van de Gezondheidsraad. Zo keurt de slager zijn eigen vlees.
  • De WHO-reviews van 2024 en 2025. De WHO liet systematische reviews uitvoeren naar straling en kanker. De review naar mensen (Karipidis en collega's, 2024) concludeerde dat bellen "waarschijnlijk" het risico op hersentumoren niet verhoogt. De eerste auteur is vicevoorzitter van de ICNIRP, en nog twee auteurs zijn aan de ICNIRP verbonden. Hardell en collega's wezen erop dat juist de resultaten in de zwaarst blootgestelde groepen buiten beeld bleven, en vonden dat de review ingetrokken moet worden.
  • Cherrypicking. In de dierenreview van Mevissen en collega's (2025, Environment International) kwamen 52 studies door de selectie. Een van de eisen: een GSM- of CDMA-signaal, dus 2G-techniek. Studies met 3G, 4G en 5G vielen af. Toch bleef er bewijs over voor meer kanker bij proefdieren, het sterkst voor schwannomen in het hart en gliomen in de hersenen. Die review wordt pas over een paar jaar meegenomen in het algemene standpunt van de WHO.

George Carlo: de man die moest bewijzen dat het veilig was

In 1993 kreeg epidemioloog George Carlo van de Amerikaanse telecombranche (CTIA) de leiding over het onderzoeksprogramma Wireless Technology Research. Budget: 28,5 miljoen dollar. Het doel was duidelijk: de zorgen over straling wegnemen. Maar zijn team vond iets anders. In zijn brief van 7 oktober 1999 aan de topman van AT&T noemde Carlo onder meer:

  • een 50 procent hoger risico op een akoestisch neuroom (tumor van de gehoorzenuw) na zes jaar of langer bellen, met een dosis-responsrelatie;
  • een meer dan verdubbeld risico op zeldzame neuro-epitheliale tumoren aan de buitenkant van de hersenen;
  • een verband tussen de kant van het hoofd waar de tumor zat en de kant waar gebeld werd;
  • laboratoriumonderzoek dat genetische schade door de antennestraling liet zien.

De reactie: de geldkraan ging dicht en Carlo werd publiekelijk in diskrediet gebracht. Het tijdschrift The Nation beschreef later hoe de draadloze industrie de twijfel over straling organiseerde, net als de tabaksindustrie eerder.

COFAM: ook in Nederland

In 2003 onderzocht TNO, onder leiding van Peter Zwamborn, het effect van GSM- en UMTS-signalen op 36 mensen die gevoelig zijn voor straling en 36 willekeurige mensen. Wat bleek: het UMTS-signaal verminderde het welbevinden in beide groepen. De Gezondheidsraad adviseerde herhaling. Het vervolgonderzoek vond plaats in Zwitserland, met 117 deelnemers, een andere opzet en medefinanciering door de telecomsector. Daar werd geen effect gevonden. Sindsdien wordt alleen dat tweede onderzoek aangehaald.

Wisten ze het al eerder?

Ja. Dat is misschien het pijnlijkste deel.

  • 1971. Zory Glaser van het Naval Medical Research Institute van de Amerikaanse marine verzamelde een bibliografie van gemelde biologische effecten van microgolven en radiofrequente straling met meer dan 2.000 publicaties.
  • 1973. Op een symposium in Warschau, mede georganiseerd door de WHO, bespraken 60 onderzoekers de biologische effecten van microgolven. In het verslag staan effecten op zenuwstelsel, hart en bloedvaten, schildklier en bloedplaatjes, en het beeld van de "microgolfziekte" bij werknemers: vermoeidheid, hoofdpijn, slapeloosheid en hartritmestoornissen.
  • 1976. De Amerikaanse Defense Intelligence Agency bracht een rapport uit over onderzoek in de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Daarin effecten op bloed, hart en bloedvaten, het zenuwstelsel en de voortplanting, ook zonder meetbare opwarming. De Sovjet-norm voor werknemers lag op 10 µW/cm² per werkdag. Dat is 0,1 W/m², honderd keer lager dan de huidige ICNIRP-limiet voor het publiek boven 2 GHz.
  • Jaren zeventig. Ook de Gezondheidsraad wees in die tijd al op de mogelijke schadelijke effecten van straling, nog voordat er een mobiele telefoon bestond.

Toch staat de warmte-norm er nog steeds.

Hoe gaan andere landen en de bouwbiologie om met normen voor straling?

Niet iedereen volgt de ICNIRP blind. In 2011 nam de Raad van Europa resolutie 1815 aan. Die vraagt om het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable: zo laag als redelijkerwijs mogelijk), extra bescherming van kinderen, bekabeld internet op scholen, en binnenshuis een niveau van 0,6 V/m, op termijn 0,2 V/m. Overheden deden er weinig mee.

In Duitsland is het bewustzijn groter. Daar zijn ook veel meer bedrijven die met Memon werken. De steden Wangen en Ravensburg zetten hun openbare wifi 's nachts uit, tussen 23.00 en 05.00 uur.

Bij laagfrequente magnetische velden, zoals van hoogspanningslijnen, doet Nederland het zelf al anders. Voor nieuwe situaties waar kinderen lang verblijven, geldt een voorzorgsadvies van 0,4 microtesla, 250 keer lager dan de Europese limiet van 100 microtesla. De reden: een statistisch verband met kinderleukemie. Bij hoogfrequente straling wil de overheid zo'n voorzorg niet toepassen. Meer daarover in Wonen bij een hoogspanningslijn: hoe erg is het?

Bouwbiologen werken met richtwaarden die gebaseerd zijn op de ervaring met duizenden metingen bij mensen thuis. De bekendste is de SBM-2015, de Duitse standaard voor bouwbiologische meettechniek. Die geldt voor je slaapplek, omdat je lichaam daar moet herstellen. Hieronder de verschillen naast elkaar:

Bron Hoogfrequent (wifi, 4G, 5G) Laagfrequent magnetisch veld (50 Hz)
Europese limiet voor het publiek (ICNIRP 1998) 2 tot 10 W/m² (2.000.000 tot 10.000.000 µW/m²), afhankelijk van de frequentie 100 µT (100.000 nT)
Sovjet-norm voor werknemers (DIA-rapport 1976) 10 µW/cm² (100.000 µW/m²) niet genoemd
Raad van Europa, resolutie 1815 (2011) 0,6 V/m, op termijn 0,2 V/m (ongeveer 1.000 en 100 µW/m²) niet genoemd
Nederlands voorzorgsadvies hoogspanning geen 0,4 µT (400 nT)
BioInitiative Report (2012) 3 tot 6 µW/m² niet in deze tabel
SBM-2015, slaapplek "geen afwijking" onder 0,1 µW/m² onder 20 nT
SBM-2015, slaapplek "extreem afwijkend" boven 1.000 µW/m² boven 500 nT
Mijn eigen meting onder hoogspanningslijnen bij Almelo niet gemeten 680 nT

Kijk naar die laatste regel. Bij Almelo lopen een 380 kV- en een 110 kV-lijn bovengronds, en nog een 110 kV-kabel onder de grond. Mijn meter sloeg uit tot 680 nT. Volgens de ICNIRP is dat niets: bijna 150 keer onder de limiet. Volgens de bouwbiologie is het voor een slaapplek extreem. Het verschil: de norm kijkt naar acute schade, de richtwaarde naar wat je lichaam nodig heeft om te herstellen. Waarom de adviezen zo sterk uiteenlopen, lees je ook in Waarom verschillen blootstellingsadviezen zo sterk?

Wat betekenen de normen voor straling voor jou thuis?

Als een instantie zegt dat alles "ruim binnen de norm" valt, klopt dat bijna altijd. Bij metingen aan huis zie ik zelden iets boven de ICNIRP-limiet. Maar die limiet beschermt je alleen tegen opwarming. Tegen 24 uur per dag gepulste straling op je slaapplek beschermt hij je niet.

Wachten op nieuwe regelgeving heeft weinig zin. Denk aan roken in de jaren tachtig: je zag de rook, er waren mensen die waarschuwden, maar zolang er geen regels waren, ging iedereen ervan uit dat het wel meeviel. Straling zie je niet eens. Kijk dus zelf wat er bij jou thuis speelt. Steeds meer artsen zien dat ook, zoals je leest in Steeds meer artsen onderkennen de gevolgen van straling.

Wat kun je doen?

  1. Meet wat er is. Met de TriField TF2 meet je zelf hoogfrequente straling en laagfrequente elektrische en magnetische velden. Begin bij je bed. Wil je een volledig beeld met professionele apparatuur, vraag dan een meting aan huis aan.
  2. Ruim je eigen bronnen op.
    • Zet de wifi 's nachts uit, het liefst met een tijdschakelaar. Doe wat Wangen en Ravensburg doen.
    • Geen telefoon naast je bed, of in vliegtuigstand.
    • Vervang een DECT-telefoon en een draadloze babyfoon door een snoertelefoon of een babyfoon met snoer.
    • Gebruik een netwerkkabel waar het kan.
    • Haal verlengsnoeren, laders en elektrische apparaten weg bij je bed. Let ook op een stalen bedframe. Bij metingen vind ik hoge velden soms op onverwachte plekken, zoals in een dakkapelwand of het dakbeschot.
  3. Harmoniseer wat overblijft. De zendmast in je straat en de wifi van de buren zet je niet uit. Afschermen lijkt dan logisch, maar is meestal een doodlopende weg: je schermt ook natuurlijke velden af en kaatst straling terug. Waarom, lees je in Afschermen tegen 5G straling. Daarom kies ik voor harmoniseren met Memon. De MemonizerCOMBI in het stopcontact harmoniseert de straling in je hele woning. Hij haalt de straling niet weg, maar geeft je lichaam de rust om te herstellen. Hoe de werking is onderzocht, lees je op Werkt Memon echt?

Veelgestelde vragen

Wie bepaalt de normen voor straling in Nederland?

Formeel de overheid, maar in de praktijk de ICNIRP. Nederland volgt de Europese aanbeveling uit 1999 om de ICNIRP-limieten over te nemen. De Gezondheidsraad adviseert, het RIVM en het Kennisplatform EMV geven voorlichting en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur controleert.

Betekent "binnen de norm" dat het veilig is?

Nee. Het betekent dat de straling je weefsel niet merkbaar opwarmt. Effecten zonder opwarming, en langdurige blootstelling dag en nacht, vallen buiten de norm. Bouwbiologische richtwaarden voor je slaapplek liggen miljoenen keren lager.

Wat zegt de Gezondheidsraad over 5G?

In 2020: er is geen bewijs dat 5G schadelijk is, maar de kennis om het risico te bepalen ontbreekt. Er is onderzoek nodig, en de 26 GHz-band moet voorlopig niet worden gebruikt. De uitrol ging toch gewoon door.

Waarom verlaagt Nederland de normen niet?

Omdat alle instanties naar de ICNIRP wijzen, en de ICNIRP alleen opwarming als schade erkent. Bij hoogspanningslijnen past Nederland wel voorzorg toe met 0,4 microtesla. Bij hoogfrequente straling nog niet.

Twijfel je wat in jouw situatie het beste is, of wil je weten wat er bij jou thuis werkelijk speelt? Neem contact op. Ik denk graag met je mee en verkoop je liever niets dan het verkeerde.

Terug naar blog

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.