Normen voor straling: ICNIRP, WHO, Gezondheidsraad en de kritiek
Share
Je slaapt slecht sinds er een 5G-mast in de straat staat. Je hebt hoofdpijn, je oren suizen. Je zoekt op straling en gezondheid, en waar kom je uit? Bij het Antennebureau. Dat is onderdeel van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en die valt onder het ministerie van Economische Zaken. Niet onder Volksgezondheid. Onder het ministerie dat de frequenties voor miljarden euro's veilt. Je vraagt de verkoper of het product veilig is.
Doorvragen helpt niet. Het Antennebureau wijst naar het RIVM. Het RIVM wijst naar het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid, waar dezelfde inspectie mee aan tafel zit. Het Kennisplatform wijst naar de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad wijst naar de WHO. En de WHO wijst naar de ICNIRP. Einde van de rit: een particuliere vereniging in Duitsland die haar eigen leden kiest. Het rondje is rond, en niemand is verantwoordelijk.
In dit artikel lees je hoe die club ontstond, precies op het moment dat de mobiele telefoon digitaal werd. Waarop de normen gebaseerd zijn: een plastic hoofd met zout water. Wat de WHO al in 1973 wist, en wat ermee gebeurde. En wat dit betekent voor jou thuis.

Wie bepaalt de normen voor straling?
Vraag je wie in Nederland over straling gaat, dan krijg je acht namen: het ministerie van Economische Zaken, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, het Antennebureau, het RIVM, de Gezondheidsraad, het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid, de gemeenten en de GGD. Ze wijzen naar elkaar, en uiteindelijk allemaal naar één club. Op een rij:
- ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). Opgericht in 1992 en voortgekomen uit een commissie van de IRPA, de internationale vereniging voor stralingsbescherming. De ICNIRP is geen overheidsorgaan maar een particuliere vereniging, ingeschreven in Duitsland. Nieuwe leden worden gekozen door de zittende commissie zelf. De richtlijnen van haar voorganger uit 1991 werden vrijwel één op één overgenomen.
- WHO. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt zelf geen limieten vast, maar verwijst naar de ICNIRP. Michael Repacholi was de eerste voorzitter van de ICNIRP. In 1996 startte hij bij de WHO het Internationale EMF-project.
- Europese Unie. In 1999 adviseerde de EU de lidstaten de ICNIRP-limieten over te nemen. Nederland volgt dat advies.
- Gezondheidsraad. Adviseert de regering. De vaste Commissie Elektromagnetische velden toetst nieuwe studies en houdt tot nu toe steeds vast aan de ICNIRP-limieten.
- Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid. Een samenwerking van onder meer het RIVM, TNO en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (vroeger Agentschap Telecom). De instantie die de frequenties veilt, zit dus mee aan tafel bij de voorlichting over gezondheid.
Hoe dat in de praktijk uitpakt, zag ik in de ontwerp-omgevingsvisie van mijn eigen gemeente Deventer. Van de ongeveer 2.500 woorden over gezondheid gingen er 24 over straling. De boodschap: we volgen de Europese limieten. Meer niet.
Hoe ontstond de ICNIRP? Een club om naar te wijzen
Begin jaren negentig. De mobiele telefoon, de logge versie voor zakenmensen, werkt analoog.
Uitbreiding kon niet meer, het net zat vol. Ook was dit, hoewel lastig, af te luisteren.
Maar men had de smaak te pakken, de wereld wil meer. Dat kan alleen digitaal. Maar men wist de gevaren, lees maar verder. Maar de leidende regelgever destijds stond onder verantwoordelijkheid van de Amerikaanse overheid. Dus wat doe je? Je zorgt dat iedereen kan wijzen naar een club deskundigen.
In 1991 en 1992 gaan de eerste GSM-netwerken de lucht in. Van 1G naar 2G: van een rustig analoog signaal naar een signaal dat honderden keren per seconde pulst.
- De voorganger. De internationale vereniging voor stralingsbescherming, de IRPA, had sinds 1977 al een commissie voor niet-ioniserende straling: de INIRC. Eén letter minder dan de ICNIRP, en wel verantwoording schuldig aan de IRPA.
- 1992: de ICNIRP. Precies in het jaar dat GSM doorbreekt, wordt die commissie omgezet in een zelfstandige vereniging: de ICNIRP. Voorzitter: Michael Repacholi. De leden kiest de commissie voortaan zelf. Aan niemand verantwoording schuldig. Handig.
- De oude normen, één op één. De richtlijnen van de INIRC uit 1991 gaan vrijwel ongewijzigd mee. Kennelijk maakt het voor je lichaam niet uit of een signaal analoog of digitaal gepulst is. Zo staat het er nog steeds, voor 4G en 5G.
- Doorschuiven naar de WHO. In 1996 start Repacholi bij de WHO het Internationale EMF-project, het programma dat de gezondheidsrisico's van straling moet beoordelen. De man die de normen schreef, beoordeelt voortaan of die normen deugen. De slager keurt zijn eigen vlees, en de WHO heeft er een etiket op geplakt.
De WHO van Nakajima
Het past in de tijd. In 1988 werd de Japanner Hiroshi Nakajima directeur-generaal van de WHO. Onder zijn leiding werden de vrijwillige bijdragen, waaronder geld uit het bedrijfsleven, steeds belangrijker naast de vaste bijdragen van de lidstaten. Vrij Nederland schreef op 21 oktober 1989: "Sinds de Japanner Hiroshi Nakajima vorig jaar topman werd van de WHO, zijn de veranderingen daar dramatisch. (…) Geruisloos verandert het hoofdkwartier in Genève in een byzantijnse bureaucratie, waar ambtenaren alleen fluisterend en anoniem durven te praten." Het klimaat waarin de ICNIRP geboren werd.
De ironie: de baas van de WHO werd zelf ziek van haar telefoon
Van 1998 tot 2003 was Gro Harlem Brundtland directeur-generaal van de WHO. Arts, oud-premier van Noorwegen. In 2002 vertelde ze in een interview dat ze hoofdpijn kreeg van mobiele telefoons, en dat ze reageerde op een telefoon die tot vier meter van haar af aan stond. Medewerkers testten het door ongemerkt een telefoon mee te nemen: ze reageerde alleen als hij aan stond. Haar advies: pas het voorzorgsprincipe toe (Strålskyddsstiftelsen). De topvrouw van de organisatie die zegt dat elektrogevoeligheid tussen de oren zit. Het EMF-project van de WHO veranderde er niets door.
Waarop zijn de ICNIRP-normen gebaseerd?
De ICNIRP-normen voor hoogfrequente straling hebben maar één uitgangspunt: opwarming. De gedachte is simpel. Niet-ioniserende straling heeft te weinig energie om moleculen te breken, dus het enige risico is dat weefsel warm wordt. Een model van de tekentafel.
Zo is de norm opgebouwd:
- Bij een opname van 4 watt per kilo lichaamsgewicht stijgt de lichaamstemperatuur na ongeveer een half uur met circa 1 °C. Dat is het startpunt.
- Voor werknemers deelt de ICNIRP dat door 10, voor het publiek door 50. Zo kom je op 0,08 W/kg voor het hele lichaam. Voor hoofd en romp geldt lokaal 2 W/kg.
- De blootstelling wordt gemiddeld over een korte tijd: 6 minuten voor lokale opwarming, en sinds de herziening van 2020 een half uur voor het hele lichaam.
- Getest wordt in een afgesloten opstelling, met één bron tegelijk.
Op de foto hierboven zie je het principe: een kunststof hoofd met een zoutoplossing, met een bellende telefoon ertegen. Gemeten wordt hoeveel energie er in die vloeistof terechtkomt. Dit is ook hoe de SAR-waarde van je telefoon wordt bepaald.
Wat er mis is met deze methode:
- Het hoofd is te groot. Het standaardhoofd, de SAM-pop, is gebaseerd op het hoofd van een grote volwassen man. Onderzoeker Om Gandhi en collega's (2012, Electromagnetic Biology and Medicine) berekenden dat kinderen in werkelijkheid veel meer straling opnemen dan de SAM-pop aangeeft, omdat hun schedel dunner is en hun hoofd kleiner.
- Alleen warmte telt. Wat er gebeurt met zenuwcellen, hormonen, de bloed-hersenbarrière of het DNA, wordt niet meegenomen.
- Kort en geïsoleerd. Zes of dertig minuten, met één bron. Jij woont 24 uur per dag tussen wifi, DECT, telefoons, de slimme meter en de zendmast van de buurt.
- Een schone golf is geen 5G-signaal. Veel studies gebruiken een frequentiegenerator die een gladde, continue golf maakt. Echte communicatiesignalen zijn gepulst en onrustig. Daar reageert je lichaam heel anders op.
De ICNIRP zag bovendien geen reden om de normen aan te passen toen we overgingen van analoog (1G) naar digitaal (2G, GSM). Het digitale signaal met zijn pulsen werd met dezelfde maatstaf gemeten als het oude analoge signaal. Die maatstaf geldt nog steeds voor 4G en 5G.
Waarom zijn de normen voor straling achterhaald?
Omdat er effecten worden gevonden ruim onder de grens waarbij weefsel opwarmt. Dat heten niet-thermische effecten, en daar is inmiddels veel onderzoek naar. Het verschil leg ik uit in Wat is het verschil tussen thermische en niet-thermische effecten? Een paar belangrijke studies en rapporten:
- IARC (2011). Het kankeragentschap van de WHO classificeerde radiofrequente velden als mogelijk kankerverwekkend (groep 2B), op basis van een verhoogd risico op glioom bij intensief gebruik van de mobiele telefoon.
- NTP (2018). Het Amerikaanse National Toxicology Program stelde ratten en muizen twee jaar bloot aan 2G- en 3G-straling. Wat blijkt uit dit onderzoek: duidelijk bewijs voor kwaadaardige schwannomen in het hart van mannelijke ratten, en aanwijzingen voor tumoren in hersenen en bijnieren.
- Ramazzini Instituut (2018). Falcioni en collega's (Environmental Research) stelden 2.448 ratten van voor de geboorte tot hun natuurlijke dood bloot aan een 1,8 GHz-signaal, zoals van een zendmast. Bij de hoogste dosis, 50 V/m, zagen ze meer schwannomen in het hart van mannelijke ratten. Dezelfde tumor als bij het NTP, en dat bij een veldsterkte onder de ICNIRP-limiet van ongeveer 58 V/m voor die frequentie.
- Fraunhofer en Lerchl (2010, 2015). Onderzoekers van het Fraunhofer-instituut ITEM zagen in 2010 dat muizen die een kankerverwekkende stof kregen, meer tumoren ontwikkelden als ze ook aan een 3G-signaal werden blootgesteld. De Duitse overheid liet het herhalen. Alexander Lerchl en collega's (2015, Biochemical and Biophysical Research Communications) bevestigden het: meer long- en levertumoren, al bij 0,04 W/kg. Dat is de helft van de limiet voor het hele lichaam. De officiële reactie: verder onderzoek nodig.
- ICBE-EMF (2022). Een internationale commissie van wetenschappers publiceerde in Environmental Health een uitgebreide analyse. Hun conclusie: de aannames onder de ICNIRP- en FCC-limieten worden door het wetenschappelijke bewijs weerlegd, en de limieten beschermen de bevolking niet.
- BioInitiative Report (2007, 2012). Een groep van 29 onafhankelijke wetenschappers vatte duizenden studies samen. Ze zagen biologische effecten bij zeer lage niveaus en adviseren voor hoogfrequent een voorzorgsniveau van 3 tot 6 µW/m². Dat is tot ruim een miljoen keer lager dan de ICNIRP-limiet.
Hoe reageerde de Gezondheidsraad op het BioInitiative Report? De commissie noemde het in 2008 "geen evenwichtige en objectieve weerspiegeling" van de wetenschap, en stelde dat een biologisch effect niet automatisch gezondheidsschade betekent. Als straling de werking van je hypofyse verandert, wacht je dan tot je ziek bent?
Ook bij 5G zie je dit patroon. In september 2020 schreef de Gezondheidsraad dat er geen bewijs is dat 5G de gezondheid schaadt, maar dat onderzoek nodig is. De commissie kon niet zeggen bij welk niveau schade optreedt, omdat die kennis ontbreekt. Wel adviseerde ze de 26 GHz-band voorlopig niet te gebruiken. Het beleid van de regering: gewoon doorgaan met de uitrol. Zie ook Is 5G schadelijk? Meer studies vind je op Wetenschap over straling.
Hoe onafhankelijk zijn ICNIRP, WHO en Gezondheidsraad?
Hier wordt het ongemakkelijk. Steeds dezelfde mensen beoordelen hun eigen normen.
- Een gesloten netwerk. In 2020 lieten de Europarlementariërs Michèle Rivasi en Klaus Buchner een rapport opstellen over de ICNIRP. Daaruit blijkt dat de leden elkaar steeds terugvinden in de WHO, nationale adviesorganen en industriegerelateerde onderzoeksprogramma's, en dat kritische wetenschappers buiten de deur blijven.
- De Gezondheidsraad. Eric van Rongen was jarenlang wetenschappelijk secretaris van de Commissie Elektromagnetische velden van de Gezondheidsraad. In dezelfde periode was hij vicevoorzitter en daarna voorzitter van de ICNIRP. Lennart Hardell bekritiseerde in 2021 in de World Journal of Clinical Oncology de belangenconflicten in het 5G-advies van de Gezondheidsraad. Zo keurt de slager zijn eigen vlees.
- De WHO-reviews van 2024 en 2025. De WHO liet systematische reviews uitvoeren naar straling en kanker. De review naar mensen (Karipidis en collega's, 2024) concludeerde dat bellen "waarschijnlijk" het risico op hersentumoren niet verhoogt. De eerste auteur is vicevoorzitter van de ICNIRP, en nog twee auteurs zijn aan de ICNIRP verbonden. Hardell en collega's wezen erop dat juist de resultaten in de zwaarst blootgestelde groepen buiten beeld bleven, en vonden dat de review ingetrokken moet worden.
- Cherrypicking. In de dierenreview van Mevissen en collega's (2025, Environment International) kwamen 52 studies door de selectie. Een van de eisen: een GSM- of CDMA-signaal, dus 2G-techniek. Studies met 3G, 4G en 5G vielen af. Toch bleef er bewijs over voor meer kanker bij proefdieren, het sterkst voor schwannomen in het hart en gliomen in de hersenen. Die review wordt pas over een paar jaar meegenomen in het algemene standpunt van de WHO.
George Carlo: de man die moest bewijzen dat het veilig was
In 1993 kreeg epidemioloog George Carlo van de Amerikaanse telecombranche (CTIA) de leiding over het onderzoeksprogramma Wireless Technology Research. Budget: 28,5 miljoen dollar. Het doel was duidelijk: de zorgen over straling wegnemen. Maar zijn team vond iets anders. In zijn brief van 7 oktober 1999 aan de topman van AT&T noemde Carlo onder meer:
- een 50 procent hoger risico op een akoestisch neuroom (tumor van de gehoorzenuw) na zes jaar of langer bellen, met een dosis-responsrelatie;
- een meer dan verdubbeld risico op zeldzame neuro-epitheliale tumoren aan de buitenkant van de hersenen;
- een verband tussen de kant van het hoofd waar de tumor zat en de kant waar gebeld werd;
- laboratoriumonderzoek dat genetische schade door de antennestraling liet zien.
De reactie: de geldkraan ging dicht en Carlo werd publiekelijk in diskrediet gebracht. Het tijdschrift The Nation beschreef later hoe de draadloze industrie de twijfel over straling organiseerde, net als de tabaksindustrie eerder.
COFAM: ook in Nederland
In 2003 onderzocht TNO, onder leiding van Peter Zwamborn, het effect van GSM- en UMTS-signalen op 36 mensen die gevoelig zijn voor straling en 36 willekeurige mensen. Wat bleek: het UMTS-signaal verminderde het welbevinden in beide groepen. De Gezondheidsraad adviseerde herhaling. Het vervolgonderzoek vond plaats in Zwitserland, met 117 deelnemers, een andere opzet en medefinanciering door de telecomsector. Daar werd geen effect gevonden. Sindsdien wordt alleen dat tweede onderzoek aangehaald.
Wisten ze het al eerder?
Ja. En dit is het deel dat ze het liefst vergeten.
1971: de Amerikaanse marine telde ruim 2.000 studies
Op 4 oktober 1971 verscheen het rapport van Zorach Glaser van het Naval Medical Research Institute in Bethesda: Bibliography of reported biological phenomena ('effects') and clinical manifestations attributed to microwave and radio-frequency radiation. Geen activistenclub, maar de Amerikaanse marine. Glaser zette meer dan 2.000 publicaties op een rij, verdeeld over 17 categorieën: van het zenuwstelsel, hart en bloedvaten, hormonen en bloedbeeld tot genetische en chromosomale veranderingen. Opwarming was er maar één van. Met de aanvullingen tot en met 1976 liep de teller op tot ruim 3.600 publicaties.
1973: het symposium van de WHO in Warschau
Van 15 tot en met 18 oktober 1973 organiseerden de WHO, het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid (HEW) en de wetenschappelijke raad van het Poolse ministerie van Volksgezondheid in Warschau een internationaal symposium: Biologic Effects and Health Hazards of Microwave Radiation. Zo'n zestig onderzoekers uit Oost en West. Het verslag telt 350 pagina's.
Wat erin staat, vooral uit onderzoek in de Sovjet-Unie en Oost-Europa bij mensen die beroepsmatig met microgolven werkten:
- de "microgolfziekte": vermoeidheid, hoofdpijn, prikkelbaarheid, slecht slapen, geheugenproblemen;
- hart en bloedvaten: te hoge of te lage bloeddruk, een onregelmatige hartslag, veranderingen in het ECG;
- hormonen en bloed: veranderingen in de schildklier, in de bloedplaatjes en de bloedsuiker;
- hersenen: afwijkingen in het EEG.
Herken je dat lijstje? Het zijn precies de klachten die mensen melden sinds de start van 5G op 3,5 GHz. Lees de meldingen na 5G op 3,5 GHz.
En daarna? Stilte. Het verslag verdween in de kast. De WHO had het zwart op wit, en twintig jaar later werd de norm gebaseerd op één ding: opwarming. Olga Sheean zet in The WHO cover-up op een rij hoe de WHO met die kennis is omgegaan.
1976: de Amerikaanse inlichtingendienst
De Amerikaanse Defense Intelligence Agency bracht in 1976 een rapport uit over het onderzoek in de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Daarin effecten op bloed, hart en bloedvaten, het zenuwstelsel en de voortplanting, ook zonder meetbare opwarming. De Sovjet-norm voor werknemers lag op 10 µW/cm² per werkdag. Dat is 0,1 W/m², honderd keer lager dan de huidige ICNIRP-limiet voor het publiek boven 2 GHz.
Ook de Gezondheidsraad
Ook de Gezondheidsraad wees in de jaren zeventig al op de mogelijke schadelijke effecten van straling, nog voordat er een mobiele telefoon bestond.
De Amerikaanse marine wist het. De WHO wist het. De inlichtingendienst wist het. En toch staat de warmtenorm er nog steeds, vijftig jaar later.
Hoe gaan andere landen en de bouwbiologie om met normen voor straling?
Niet iedereen volgt de ICNIRP blind. In 2011 nam de Raad van Europa resolutie 1815 aan. Die vraagt om het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable: zo laag als redelijkerwijs mogelijk), extra bescherming van kinderen, bekabeld internet op scholen, en binnenshuis een niveau van 0,6 V/m, op termijn 0,2 V/m. Overheden deden er weinig mee.
Zwitserland ging verder. Voor plekken waar mensen lang verblijven, zoals woningen, scholen en kantoren, gelden daar voor zendmasten installatiegrenswaarden van 4 tot 6 V/m. Dat is zo'n tien keer lager dan de ICNIRP-limiet in veldsterkte, en honderd keer lager in vermogen. Het principe: zo laag als technisch en economisch haalbaar.
In Duitsland is het bewustzijn groter. Daar zijn ook veel meer bedrijven die met Memon werken. De steden Wangen en Ravensburg zetten hun openbare wifi 's nachts uit, tussen 23.00 en 05.00 uur.
Bij laagfrequente magnetische velden, zoals van hoogspanningslijnen, doet Nederland het zelf al anders. Voor nieuwe situaties waar kinderen lang verblijven, geldt een voorzorgsadvies van 0,4 microtesla, 250 keer lager dan de Europese limiet van 100 microtesla. De reden: een statistisch verband met kinderleukemie. Bij hoogfrequente straling wil de overheid zo'n voorzorg niet toepassen. Meer daarover in Wonen onder een hoogspanningskabel
Bouwbiologen werken met richtwaarden die gebaseerd zijn op de ervaring met duizenden metingen bij mensen thuis. De bekendste is de SBM-2015, de Duitse standaard voor bouwbiologische meettechniek. Die geldt voor je slaapplek, omdat je lichaam daar moet herstellen. Hieronder de verschillen naast elkaar:
| Bron | Hoogfrequent (wifi, 4G, 5G) | Laagfrequent magnetisch veld (50 Hz) |
|---|---|---|
| Europese limiet voor het publiek (ICNIRP 1998) | 2 tot 10 W/m² (2.000.000 tot 10.000.000 µW/m²), afhankelijk van de frequentie | 100 µT (100.000 nT) |
| Sovjet-norm voor werknemers (DIA-rapport 1976) | 10 µW/cm² (100.000 µW/m²) | niet genoemd |
| Raad van Europa, resolutie 1815 (2011) | 0,6 V/m, op termijn 0,2 V/m (ongeveer 1.000 en 100 µW/m²) | niet genoemd |
| Nederlands voorzorgsadvies hoogspanning | geen | 0,4 µT (400 nT) |
| BioInitiative Report (2012) | 3 tot 6 µW/m² | niet in deze tabel |
| SBM-2015, slaapplek "geen afwijking" | onder 0,1 µW/m² | onder 20 nT |
| SBM-2015, slaapplek "extreem afwijkend" | boven 1.000 µW/m² | boven 500 nT |
| Mijn eigen meting onder hoogspanningslijnen bij Almelo | niet gemeten | 680 nT |
Kijk naar die laatste regel. Bij Almelo lopen een 380 kV- en een 110 kV-lijn bovengronds, en nog een 110 kV-kabel onder de grond. Mijn meter sloeg uit tot 680 nT. Volgens de ICNIRP is dat niets: bijna 150 keer onder de limiet. Volgens de bouwbiologie is het voor een slaapplek extreem. Het verschil: de norm kijkt naar acute schade, de richtwaarde naar wat je lichaam nodig heeft om te herstellen.
Dat voldoen aan de norm niet het hele verhaal is, zie je ook bij de rechter. In Duitsland bepaalde een rechtbank dat de eigenaar van grond of een gebouw aansprakelijk kan zijn voor de gevolgen van de straling van een zendmast. Lees Risico's van het plaatsen van een 5G-zendmast.
Wat betekenen de normen voor straling voor jou thuis?
Als een instantie zegt dat alles "ruim binnen de norm" valt, klopt dat bijna altijd. Bij metingen aan huis zie ik zelden iets boven de ICNIRP-limiet. Maar die limiet beschermt je alleen tegen opwarming. Tegen 24 uur per dag gepulste straling op je slaapplek beschermt hij je niet.
Wachten op nieuwe regelgeving heeft weinig zin. Denk aan roken in de jaren tachtig: je zag de rook, er waren mensen die waarschuwden, maar zolang er geen regels waren, ging iedereen ervan uit dat het wel meeviel. Straling zie je niet eens. Kijk dus zelf wat er bij jou thuis speelt. Steeds meer artsen zien dat ook, zoals je leest in Steeds meer artsen onderkennen de gevolgen van straling.
Wat kun je doen?
- Meet wat er is. Met de TriField TF2 meet je zelf hoogfrequente straling en laagfrequente elektrische en magnetische velden. Begin bij je bed. Wil je een volledig beeld met professionele apparatuur, vraag dan een meting aan huis aan.
-
Ruim je eigen bronnen op.
- Zet de wifi 's nachts uit, het liefst met een tijdschakelaar. Doe wat Wangen en Ravensburg doen.
- Geen telefoon naast je bed, of in vliegtuigstand.
- Vervang een DECT-telefoon en een draadloze babyfoon door een snoertelefoon of een babyfoon met snoer.
- Gebruik een netwerkkabel waar het kan.
- Haal verlengsnoeren, laders en elektrische apparaten weg bij je bed. Let ook op een stalen bedframe. Bij metingen vind ik hoge velden soms op onverwachte plekken, zoals in een dakkapelwand of het dakbeschot.
-
Harmoniseer wat overblijft. De zendmast in je straat en de wifi van de buren zet je niet uit. Afschermen lijkt dan logisch, maar is meestal een doodlopende weg: je schermt ook natuurlijke velden af en kaatst straling terug. Waarom, lees je in Afschermen tegen 5G straling. Daarom kies ik voor harmoniseren met Memon. De MemonizerCOMBI in het stopcontact harmoniseert de straling in je hele woning. Hij haalt de straling niet weg, maar geeft je lichaam de rust om te herstellen. Hoe de werking is onderzocht, lees je op Werkt Memon echt?
Veelgestelde vragen
Wie bepaalt de normen voor straling in Nederland?
Formeel de overheid, maar in de praktijk de ICNIRP. Nederland volgt de Europese aanbeveling uit 1999 om de ICNIRP-limieten over te nemen. De Gezondheidsraad adviseert, het RIVM en het Kennisplatform EMV geven voorlichting en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur controleert.
Betekent "binnen de norm" dat het veilig is?
Nee. Het betekent dat de straling je weefsel niet merkbaar opwarmt. Effecten zonder opwarming, en langdurige blootstelling dag en nacht, vallen buiten de norm. Bouwbiologische richtwaarden voor je slaapplek liggen miljoenen keren lager.
Wat zegt de Gezondheidsraad over 5G?
In 2020: er is geen bewijs dat 5G schadelijk is, maar de kennis om het risico te bepalen ontbreekt. Er is onderzoek nodig, en de 26 GHz-band moet voorlopig niet worden gebruikt. De uitrol ging toch gewoon door.
Wie is de ICNIRP?
Een particuliere vereniging, ingeschreven in Duitsland, opgericht in 1992 toen de mobiele telefoon digitaal werd. Nieuwe leden worden gekozen door de zittende commissie zelf. De WHO, de EU en de Gezondheidsraad volgen haar richtlijnen.
Wist de WHO al vroeg van de effecten van straling?
Ja. In 1973 organiseerde de WHO in Warschau een symposium over de biologische effecten van microgolven. Het verslag van 350 pagina's beschrijft effecten op zenuwstelsel, hart, hormonen en bloed. In 1971 telde de Amerikaanse marine al ruim 2.000 studies.
Past het RIVM de normen aan voor 5G?
Nee. Nederland volgt de Europese limieten uit 1999, gebaseerd op de ICNIRP-richtlijnen. Het RIVM geeft voorlichting, maar bepaalt de normen niet. Wat de GGD en het RIVM met klachten doen, lees je in GGD, RIVM en elektrogevoeligheid.
Waarom verlaagt Nederland de normen niet?
Omdat alle instanties naar de ICNIRP wijzen, en de ICNIRP alleen opwarming als schade erkent. Bij hoogspanningslijnen past Nederland wel voorzorg toe met 0,4 microtesla. Bij hoogfrequente straling nog niet.
Twijfel je wat in jouw situatie het beste is, of wil je weten wat er bij jou thuis werkelijk speelt? Neem contact op. Ik denk graag met je mee en verkoop je liever niets dan het verkeerde.